10 spellingproblemen: overzicht, met links naar de uitlegpagina’s

In de opgaven op de site werkwoordvandeweek.nl komen tien spellingproblemen aan de orde.
Bij elk spellingprobleem hoort een uitlegpagina.
Kies een spellingprobleem en klik op meer uitleg.

1. betaald of betaalt?
Wat is de goede spelling van gelijkklinkende werkwoordsvormen van werkwoorden als betalen en vermelden?
meer uitleg betaald of betaalt

Oefenen met dit spellingprobleem: betaald of betaalt? – andere werkwoorden


2. verwachte of verwachtte?
Wat is de goede spelling van gelijkklinkende werkwoordsvormen van werkwoorden als verwachten en bereiden?
meer uitleg verwachte of verwachtte

Oefenen met dit spellingprobleem: verwachte of verwachtte? – andere werkwoorden


3. geprinte of geprintte?
Wat is de goede spelling van het als bijvoeglijk naamwoord gebruikte voltooid deelwoord van werkwoorden als printen, kneden en winnen?
meer uitleg geprinte of geprintte

Oefenen met dit spellingprobleem: geprinte of geprintte? – andere werkwoorden
Of met een van deze combinatiequizzen:
geprinte of geprintte + melden of meldden – andere werkwoorden

geprinte of geprintte + praten of praatten – andere werkwoorden


4. word of wordt?
Wat is de goede spelling van de persoonsvorm tt van werkwoorden op den, zoals worden en raden?
meer uitleg word of wordt

Oefenen met dit spellingprobleem: word of wordt? – andere werkwoorden


5. wensde of wenste?
Wat is de goede spelling van persoonsvormen vt van zwakke werkwoorden als wensen, draaien, leven en reizen?
Wat is de regel van ’t kofschip?
meer uitleg wensde of wenste

Oefenen met dit spellingprobleem: wensde of wenste? – andere werkwoorden
Of met een combinatiequiz:
gehoord of gehoort + wensde of wenste – andere werkwoorden


6. praten of praatten?
Wat is de goede spelling van gelijkklinkende werkwoordsvormen van werkwoorden als praten en rusten?
meer uitleg praten of praatten

Oefenen met dit spellingprobleem: praten of praatten? – andere werkwoorden


7. melden of meldden?
Wat is de goede spelling van gelijkklinkende werkwoordsvormen van werkwoorden als melden en branden?
meer uitleg melden of meldden

Oefenen met dit spellingprobleem: melden of meldden? – andere werkwoorden


8. gehoord of gehoort?
Wat is de goede spelling van het voltooid deelwoord van werkwoorden als horen en winnen?
meer uitleg gehoord of gehoort

Oefenen met dit spellingprobleem: gehoord of gehoort? – andere werkwoorden
Of met een van deze combinatiequizzen:
wandeld of wandelt + gehoord of gehoort – andere werkwoorden

gehoord of gehoort + wensde of wenste – andere werkwoorden

9. wandeld of wandelt?
Wat is de goede spelling van de hij-vorm tt van werkwoorden als wandelen en schreeuwen?
meer uitleg wandeld of wandelt

Oefenen met dit spellingprobleem: combinatiequiz
wandeld of wandelt + gehoord of gehoort – andere werkwoorden


10. racede of racete?
Wat is de goede spelling van werkwoordsvormen van Engelse leen-werkwoorden als racen en skaten?
meer uitleg racede of racete

Oefenen met dit spellingprobleem: racede of racete? – andere werkwoorden

NB: Op de site werkwoordvandeweek.nl worden de volgende werkwoordsvormen niet als probleem aan de orde gesteld:

1. Persoonsvormen en andere werkwoordsvormen die zelden voor problemen zorgen. Denk daarbij aan de volgende werkwoordsvormen:
– het hele werkwoord;
– persoonsvormen tt meervoud (dezelfde spelling als het hele werkwoord);
– de ik-vorm tt van werkwoorden die niet op –den eindigen;
– persoonsvormen vt van sterke werkwoorden, werkwoorden met klinkerverandering in de verleden tijd.
(De persoonsvormen vt van sterke werkwoorden leveren weinig spellingproblemen op, ook omdat het volgen van de gewone spellingregels zoals langer maken daarop toegepast kunnen worden: ik reed met een d (want: wij reden); ik beet met een t (want: wij beten).
Uiteraard vinden veel mensen voor wie Nederlands niet de moedertaal is het lastig de juiste vormen te noemen. Dat is geen spellingprobleem, maar een woordenschatkwestie.)

2. Werkwoordsvormen van de onregelmatige werkwoorden zijn, hebben, willen, kunnen, mogen en zullen.
Onzekerheid over vormen van die werkwoorden (bijvoorbeeld twijfel over de vraag hij wil of hij wilt?) is eerder een kwestie van taalgebruik en woordenschat, dan van werkwoordspelling.