combiquiz spellingproblemen: wandeld of wandelt? + gehoord of gehoort? (10 zinnen) 1 / 10 De boer … de akker om. ploegd ploegt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt ploeg + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 2 / 10 Je beweert dat jij van die beroemde schrijver … . Hoe weet je dat zo zeker? afstamd afstamt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt afstam + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 3 / 10 Ik merk dat de trein … , maar we zijn nog lang niet bij het station. afremd afremt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt afrem + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 4 / 10 Die lijn hebben we als bestuur gekozen. Ik hoop dat jij daar ook mee … . instemd instemt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt instem + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 5 / 10 Interessant verhaal! Ik heb de tekst hier en daar nog een beetje … . bijgeschaafd bijgeschaaft Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: bijgeschaafd, want je hoort /bijgeschaafde/. (Of met de regel van ’t kofschip: bijschaven – v geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 6 / 10 Hij … niet alle mogelijkheden van het programma, alleen de belangrijkste. activeerd activeert Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt activeer + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 7 / 10 In het artikel lees je ook dat hij nog altijd met zijn verleden … . worsteld worstelt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt worstel + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 8 / 10 Let een beetje op, je hebt alwéér … ! geknoeid geknoeit Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: geknoeid, want je hoort /geknoeide/. (Of met de regel van ’t kofschip: knoeien – i geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 9 / 10 Nou regenen, regenen, dat valt erg mee. Het … een beetje. spetterd spettert Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt spetter + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 10 / 10 Concrete resultaten heeft het rechercheonderzoek nog niet … . opgeleverd opgelevert Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: opgeleverd, want je hoort /opgeleverde/. (Of met de regel van ’t kofschip: opleveren – r geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema Uw score is opnieuw