spellingprobleem: wensde of wenste? – andere werkwoorden (10 zinnen)

1 / 10

Toen het weer … om te slaan, pakten we onze spullen en vertrokken we.

2 / 10

Klokslag 20.00 uur … de voorzitter de vergadering.

3 / 10

De bewoners … van de burgemeester dat er tegen die vervuiling opgetreden zou worden.

4 / 10

Ik zei dat ik ook wel mee zou gaan in de achtbaan, maar uiteindelijk … ik dat toch niet.

5 / 10

In de laatste minuut leek de gelijkmaker nog te vallen, maar de spits … de kans door naast het lege doel te schieten.

6 / 10

Het begon als motregen, maar even later … het!

7 / 10

De staatssecretaris … dat er een nieuwe afspraak was gemaakt.

8 / 10

In een hoek van de tribune was al langer sprake van gedoe, maar daar … we toen nog niets van.

9 / 10

Het leek een niet te missen kans, maar de spits … voor het lege doel.

10 / 10

Hij … dat hij zijn grote broer er wel even bij zou halen. Nou, hij hééft helemaal geen broer.

Uw score is