Spellingprobleem: gehoord of gehoort?

Voltooide deelwoorden op –d, –t en –en

Waarom lastig?

Voltooide deelwoorden die op –d en –t eindigen, worden regelmatig verkeerd gespeld. Mogelijk omdat de regels niet bekend zijn, of met elkaar verward worden.

Uitleg

1. Voltooide deelwoorden van zwakke werkwoorden met eindletter d of t: langer maken

Zwakke werkwoorden zijn werkwoorden waarvan de klinker in de verleden tijd niet verandert.
De meeste werkwoorden zijn zwakke werkwoorden.
Het voltooid deelwoord van bijna al die werkwoorden eindigt op een d of een t.

Een voltooid deelwoord is geen persoonsvorm, dus gelden de gewone spellingregels.
Een voltooid deelwoord dat op de klank /t/ eindigt, mag je langer maken om te bepalen of je een d of een t schrijft.
Zoals dat ook mag bij woorden als land (want: landen) en krant (want: kranten).
Zo schrijf je het voltooid deelwoord gehoord met een d (want: /het gehoorde lawaai/) en het voltooid deelwoord gemaakt met een t (want: /de gemaakte afspraak/).

2. Voltooide deelwoorden op –d of –t: eindletter bepalen met de regel van t kofschip

Een andere manier om te bepalen of een voltooid deeelwoord op een d of een t eindigt is het toepassen van de regel van ‘t kofschip.
De regel van ’t kofschip heeft betrekking op de persoonsvormen vt van zwakke werkwoorden. Maar die regel bepaalt ook de laatste letter van het voltooid deelwoord.

Om die regel toe te passen kijk je naar het hele werkwoord. Welke letter staat voor de eindletters en?
Is dat een medeklinker van ‘t kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een t (en worden de persoonsvormen vt geschreven met –te en –ten).
Staat in het hele werkwoord voor de eindletters en geen medeklinker van ’t kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een d (en worden de persoonsvormen vt geschreven met –de en –den).
Zie ook wensde of wenste? meer uitleg.

3. Voltooide deelwoorden van sterke werkwoorden met eindletters en

Sterke werkwoorden zijn werkwoorden waarvan de klinker in de verleden tijd verandert:
springen – ik sprong; blijven – ik bleef; lopen – ik liep.
Het voltooid deelwoord van de meeste sterke werkwoorden eindigt op –en:
springen – ik heb gesprongen; blijven – ik ben gebleven; lopen – ik heb gelopen

Er zijn geen voltooide deelwoorden met een e als eindletter. Eindigt een voltooid deelwoord niet op de klank /t/, maar op een onbeklemtoonde (‘stomme’) e, al of niet gevolgd door een duidelijk uitgesproken n? Dan is het een voltooid deelwoord met eindletters en.
De spelling van deze voltooide deelwoorden levert weinig problemen op. Ze eindigen op en, maar volgen verder de gewone spellingregels.

Voorbeelden

Heb jij de ketting van je fiets wel eens … ? (gesmeerd of gesmeert?)
Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: gesmeerd, want je hoort /gesmeerde/: gesmeerd
(Of met de regel van ’t kofschip: smeren – r geen medeklinker ’t kofschip)

Na het officiële deel kon in de grote zaal … worden. (gedansd of gedanst?)
Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: gedanst, want je hoort /gedanste/: gedanst
(Of met de regel van ’t kofschip: dansen – s medeklinker ’t kofschip)

Dat is voor ons altijd een raadsel … ! (gebleve of gebleven?)
Voltooid deelwoord van het werkwoord blijven.
Sterk werkwoord, voltooid deelwoord op –en: gebleven

Jij bent nu aan de beurt! Ik heb de ijsjes al … . (betaald of betaalt?)
Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: betaald, want je hoort /betaalde/: betaald
(Of met de regel van ’t kofschip: betalen – l geen medeklinker ’t kofschip)

Heb je die die smaak al eens … ? (geproefd of geproeft?)
Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: geproefd, want je hoort /geproefde/: geproefd
(Of met de regel van ’t kofschip: proeven – v geen medeklinker ’t kofschip)

Extra informatie

Voltooide deelwoorden zonder (extra) beginstukje ge

Bij sommige werkwoorden krijgt het voltooid deelwoord geen (extra) beginstukje ge.
Bijvoorbeeld werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver– en sommige samengestelde werkwoorden, zoals bijvoorbeeld achtervolgen, ondersteunen, misleiden.
Doordat het extra stukje ge ontbreekt, klinkt bij veel van die (zwakke) werkwoorden het voltooid deelwoord hetzelfde als de persoonsvorm, hij-vorm tegenwoordige tijd:
hij betaalt (hij-vorm tt)/ hij heeft betaald (voltooid deelwoord)
Let op bij dit soort werkwoorden, vooral als het voltooid deelwoord op een d eindigt. Het voltooid deelwoord van die werkwoorden klinkt hetzelfde als de hij-vorm tt, maar je schrijft die twee vormen anders. Zie ook betaald of betaalt? meer uitleg

Zwakke werkwoorden met een voltooid deelwoord op –en; sterke werkwoorden met een voltooid deelwoord op –d of –t

.In de vervoeging van sommige werkwoorden zitten elementen van zwakke én sterke werkwoorden.
Sommige zwakke werkwoorden, met vt-vormen op –de en –den, of op –te en –ten, hebben een voltooid deelwoord op –en:
raden – persoonsvormen vt: ik raadde – wij raadden – voltooid deelwoord: ik heb geraden
stoten – persoonsvormen vt: ik stootte – wij stootten – voltooid deelwoord: ik heb gestoten

Het omgekeerde, sterke werkwoorden met een voltooid deelwoord op d of t, komt ook voor:
hebben -persoonsvormen vt: ik hadwij hadden – voltooid deelwoord: ik heb gehad
brengen -persoonsvormen vt: ik brachtwij brachten – voltooid deelwoord: ik heb gebracht

Als bijvoeglijk naamwoord gebruikte voltooide deelwoorden

Een voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden:
een gevolgde methode, de benutte penalty, het geraden antwoord.
Zie verder geprinte of geprintte? meer uitleg en verwachte of verwachtte? meer uitleg.

Spellingprobleem gehoord of gehoort? in de 10 zinnen-quiz gecombineerd met het spellingprobleem wandeld of wandelt?

Past het werkwoord van de week bij het spellingprobleem gehoord of gehoort? In de 5 zinnen-quiz bij dat werkwoord staan dan drie zinnen die bij dat spellingprobleem passen, maar ook twee zinnen die bij het spellingprobleem wandeld of wandelt? passen. De combinatie van die twee spellingproblemen is ook toegepast bij de quiz met 10 zinnen met vergelijkbare werkwoorden. Onder de 5 zinnen-quiz bij dat werkwoord staat dan de optie: ‘Verder oefenen met de twee spellingproblemen uit deze zinnen – andere werkwoorden (10 zinnen)’.

Voltooide deelwoorden van uit het Engels overgenomen werkwoorden

Voor één specifieke groep werkwoorden is het toepassen van de regel van ‘t kofschip de beste manier om de eindletter van het voltooid deelwoord te bepalen: de uit het Engels overgenomen werkwoorden met een ik-vorm tt op –e, zoals racen/ik race, timen/ ik time, saven/ ik save. Die e wordt niet uitgesproken, maar blijft in alle vormen van het werkwoord staan, ook in het voltooid deelwoord: geracet, getimed, gesaved. Daarin staat dus steeds een niet-uitgesproken letter. Het toepassen van de ‘gewone spellingsregels’ is daardoor niet zinvol.
Zie verder: racete of racete? meer uitleg.