omhelzen – 5 zinnen met het werkwoord van de week Welke werkwoordsvorm past in de zin? Op het perron … ze haar vriendin, die een weekend met vrienden gaat wandelen. omhelsd omhelst Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt omhels + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg werkwoordschema Ze … elkaar. Eindelijk, na al die jaren! omhelsden omhelsten Persoonsvorm vt meervoud: ik-vorm tt omhels + den. (zwak werkwoord omhelzen – z geen medeklinker ’t kofschip) meer uitleg werkwoordschema Na het doelpunt wordt hij … door zijn teamgenoten. omhelsd omhelst Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: omhelsd, want je hoort /omhelsde/. (Of met de regel van ’t kofschip: omhelzen – z geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema Bij terugkomst op Schiphol … hij als eerste zijn moeder. omhelsd omhelst Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt omhels + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg werkwoordschema Alles is gezegd. Hij … haar nog één keer. omhelsd omhelst Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt omhels + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg werkwoordschema Uw score is opnieuw