werkwoordschema omhelzen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik omhels
- hij omhelst
- wij omhelzen
verleden tijd (vt):
- ik, hij omhelsde
- wij omhelsden
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb omhelsd
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de omhelsde teamgenoten
andere vormen:
- verhelzend
- elkaar omhelzende zussen
