werkwoordschema wijzigen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik wijzig
- hij wijzigt
- wij wijzigen
verleden tijd (vt):
- ik, hij wijzigde
- wij wijzigden
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Wijzig de gegevens!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gewijzigd
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de gewijzigde voorwaarden
andere vormen:
- wijzigend
- de steeds wijzigende stroomprijzen
