werkwoordschema verwoesten
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker van ‘t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik verwoest
- hij verwoest
- wij verwoesten
verleden tijd (vt):
- ik, hij verwoestte
- wij verwoestten
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de
ik-vorm tt: Verwoest het niet!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb verwoest
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de verwoeste stad
andere vormen:
- verwoestend
- de verwoestende storm
