werkwoordschema vergroten
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker van ‘t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik vergroot
- hij vergroot
- wij vergroten
verleden tijd (vt):
- ik, hij vergrootte
- wij vergrootten
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Vergroot uw kennis!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb vergroot
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de vergrote details
andere vormen:
- vergrotend
- de voorsprong vergrotende renners
