werkwoordschema vergoeden
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik vergoed
- hij vergoedt
- wij vergoeden
verleden tijd (vt):
- ik, hij vergoedde
- wij vergoedden
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Vergoed de schade maar!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb vergoed
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de vergoede bedragen
andere vormen:
- vergoedend
- de reiskosten vergoedende bedrijven
