werkwoordschema slepen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik sleep
- hij sleept
- wij slepen
verleden tijd (vt):
- ik, hij sleepte
- wij sleepten
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Sleep de afbeelding naar de juiste plek!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gesleept
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de gesleepte auto
andere vormen:
- slepend
- een slepende kwestie
