werkwoordschema racen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker (c =/s/) die hoort bij de medeklinkers van ’t kofschip
– Engels werkwoord met een ik-vorm tt op –e; de eind-e van race blijft in alle vormen staan. De eindletters t (hij-vorm tt), te en ten (persoonsvormen vt) worden achter de ik-vorm tt race geplaatst.
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd:
- ik race
- hij racet
- wij racen
verleden tijd:
- ik, hij racete
- wij raceten
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Race niet naar buiten, loop kalm!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb geracet
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de geracete afstand
andere vormen:
- racend
- de racende coureurs
