werkwoordschema misleiden
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik misleid
- hij misleidt
- wij misleiden
verleden tijd (vt):
- ik, hij misleidde
- wij misleidden
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Misleid ons niet met verkeerde informatie!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb misleid
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de misleide beleggers
andere vormen:
- misleidend
- misleidende reclame
