werkwoordschema merken
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd:
- ik merk
- hij merkt
- wij merken
verleden tijd:
- ik, hij merkte
- wij merkten
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gemerkt
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de gemerkte kleding
andere vormen:
- merkend
- de alles merkende ouder
