werkwoordschema kosten
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker van ‘t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik kost
- hij kost
- wij kosten
verleden tijd (vt):
- ik, hij kostte
- wij kostten
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gekost
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- het miljoenen gekoste prestigeproject
andere vormen:
- kostend
- weinig kostende aardigheidjes
