werkwoordschema kneden
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd:
- ik kneed
- hij kneedt
- wij kneden
verleden tijd:
- ik, hij kneedde
- wij kneedden
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Kneed het deeg!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gekneed
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- het geknede deeg
andere vormen:
- knedend
- de deeg knedende bakker
