werkwoordschema eisen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd:
- ik eis
- hij eist
- wij eisen
verleden tijd:
- ik, hij eiste
- wij eisten
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Eis dat niet van ons!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb geëist
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de geëiste dwangsom
andere vormen:
- eisend
- de eisende partij
