werkwoordschema draaien
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd:
- ik draai
- hij draait
- wij draaien
verleden tijd:
- ik, hij draaide
- wij draaiden
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Draai er niet omheen!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gedraaid
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de gedraaide windrichting
andere vormen:
- draaiend
- de rondjes draaiende schaatsers
