werkwoordschema dansen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik dans
- hij danst
- wij dansen
verleden tijd (vt):
- ik, hij danste
- wij dansten
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Dans!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gedanst
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de gedanste tango
andere vormen:
- dansend
- de dansende feestgangers
