werkwoordschema beweren
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik beweer
- hij beweert
- wij beweren
verleden tijd (vt):
- ik, hij beweerde
- wij beweerden
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Beweer geen onzin!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb beweerd
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de beweerde eigenaar
andere vormen:
- bewerend
- de allerlei dingen bewerende complotdenker
