werkwoordschema belanden
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik beland
- hij belandt
- wij belanden
verleden tijd (vt):
- ik, hij belandde
- wij belandden
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik ben beland
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- in de bijstand belande ex-werknemers
andere vormen:
- belandend
- in de armoede belandende patiënten
