worstelen – 5 zinnen met het werkwoord van de week Welke werkwoordsvorm past in de zin? 1. In het artikel lees je ook dat hij nog altijd met zijn verleden … . worsteld worstelt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt worstel + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 2. Deze populaire jongen van de club heeft ruim anderhalf jaar met blessureleed … . geworsteld geworstelt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: geworsteld, want je hoort /geworstelde/. (Of met de regel van ’t kofschip: worstelen – l geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema 3. Mijn vader heeft lang … met zijn tabaksverslaving. Maar stoppen is hem uiteindelijk toch gelukt. geworsteld geworstelt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: geworsteld, want je hoort /geworstelde/. (Of met de regel van ’t kofschip: worstelen – l geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: geworsteld, want je hoort /geworstelde/. (Of met de regel van ’t kofschip: worstelen – l geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema 4. De geïnterviewde actrice … met de vraag of ze wel kinderen wil krijgen in een wereld met zo veel problemen. worsteld worstelt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt worstel + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg werkwoordschema 5. Na al die jaren … de familie van het slachtoffer nog steeds met die ene vraag: waarom? worsteld worstelt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt worstel + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg werkwoordschema Uw score is opnieuw