spellingprobleem: word of wordt? – andere werkwoorden (10 zinnen)

1 / 10

1. Waarom … je boos, als ik je dat vraag?

2 / 10

2. … gewoon je excuses aan, dat lijkt me het beste.

3 / 10

3. … elkaar met argumenten, zou ik zeggen, niet met vage verdachtmakingen!

4 / 10

4. Volgens mij … je vader al zijn tijd aan het opknappen van oude auto’s.

5 / 10

5. Voor het beste resultaat … je het apparaat zó vast.

6 / 10

6. Met een ander nummer … je zus ook dat ze steeds door haar ex gebeld wordt.

7 / 10

7. Doe de ingrediënten in een kom en … het deeg.

8 / 10

8. Mijn collega … je, zodra ze klaar is met een ander telefoontje.

9 / 10

9.

Het is een goede beslissing en zo te zien … je dat ook.

10 / 10

10. Ons advies: … de drukte! Kom vroeg naar onze zomersale!

Uw score is