verwoesten – 5 zinnen met het werkwoord van de week Welke werkwoordsvorm past in de zin? Het vuur … ook de werkplaats van het aangrenzende timmerbedrijf. verwoeste verwoestte Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt verwoest + te. (zwak werkwoord verwoesten – t medeklinker ‘t kofschip) (NB: dus niet het bijvoeglijk naamwoord: het verwoeste gebied) meer uitleg werkwoordschema Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt verwoest + te. (zwak werkwoord verwoesten – t medeklinker ‘t kofschip) (NB: dus niet het bijvoeglijk naamwoord: het verwoeste gebied) meer uitleg werkwoordschema In de reportage werden beelden van het … dorp getoond. verwoeste verwoestte Bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van het voltooid deelwoord verwoest (verwoesten). Geen persoonsvorm, gewone spellingregels: verwoest + e. (NB: dus niet de persoonsvorm vt: hij verwoestte.) meer uitleg werkwoordschema Bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van het voltooid deelwoord verwoest (verwoesten). Geen persoonsvorm, gewone spellingregels: verwoest + e. (NB: dus niet de persoonsvorm vt: hij verwoestte.) meer uitleg werkwoordschema De wervelstorm … ook enkele vakantiehuisjes aan de rand van het dorp. verwoeste verwoestte Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt verwoest + te. (zwak werkwoord verwoesten – t medeklinker ‘t kofschip) (NB: dus niet het bijvoeglijk naamwoord: het verwoeste gebied) meer uitleg werkwoordschema Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt verwoest + te. (zwak werkwoord verwoesten – t medeklinker ‘t kofschip) (NB: dus niet het bijvoeglijk naamwoord: het verwoeste gebied) meer uitleg werkwoordschema In het Zwitserse dorp … de lawine tientallen huizen. verwoeste verwoestte Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt verwoest + te. (zwak werkwoord verwoesten – t medeklinker ‘t kofschip) (NB: dus niet het bijvoeglijk naamwoord: het verwoeste gebied) meer uitleg werkwoordschema Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt verwoest + te. (zwak werkwoord verwoesten – t medeklinker ‘t kofschip) (NB: dus niet het bijvoeglijk naamwoord: het verwoeste gebied) meer uitleg werkwoordschema De minister bezocht de door de overstroming … wijk. verwoeste verwoestte Bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van het voltooid deelwoord verwoest (verwoesten). Geen persoonsvorm, gewone spellingregels: verwoest + e. (NB: dus niet de persoonsvorm vt: hij verwoestte.) meer uitleg werkwoordschema Bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van het voltooid deelwoord verwoest (verwoesten). Geen persoonsvorm, gewone spellingregels: verwoest + e. (NB: dus niet de persoonsvorm vt: hij verwoestte.) meer uitleg werkwoordschema Uw score is opnieuw