verhuizen – 5 zinnen met het werkwoord van de week

Welke werkwoordsvorm past in de zin?

1. Hij woonde eerst in een studentenflat, maar nu is hij … naar een eigen huurwoning.

2. Onze winkel … vandaag naar de overkant van de straat. Vanaf maandag bent u daar welkom!

3. Omdat mijn vader regelmatig voor zijn werk werd uitgezonden, … wij heel vaak.

4. Die spits is zo goed! Die … na dit seizoen vast naar een topclub!

5. Nee, die woont hier niet meer, die is … ! En nee, ik weet niet waarnaartoe.

Uw score is