Spellingprobleem: geprinte of geprintte?

Bijvoeglijke naamwoorden, gemaakt van voltooide deelwoorden

Waarom lastig?

Voltooide deelwoorden worden vaak gebruikt als bijvoeglijk naamwoord. Daarvoor gelden in beginsel de gewone spellingregels. Verwarring en fouten kunnen ontstaan als daaraan getwijfeld wordt, mogelijk door de gedachte dat voor zo’n lastig te omschrijven grammaticaal begrip wel speciale regels zullen gelden.

Uitleg

1. Voltooid deelwoord, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord

Een voltooid deelwoord wordt vaak gebruikt als bijvoeglijk naamwoord:
betalen – voltooid deelwoord: betaald – gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: een betaald bedrag
poetsen – voltooid deelwoord: gepoetst – gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: de gepoetste schoenen
blijven -voltooid deelwoord: gebleven – gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: de gebleven klachten

Het bijvoeglijk naamwoord is gemaakt van (of: afgeleid van) een voltooid deelwoord.
Of, anders gezegd: het voltooid deelwoord wordt gebruikt als bijvoeglijk naamwoord.

2. Voltooide deelwoorden op –d of –t, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord

Het is niet nodig om een woord grammaticaal te kunnen benoemen als een ‘voltooid deelwoord dat als bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt’.
Belangrijk voor de spelling is de vraag:
Is het woord een persoonsvorm? Als dat niet zo is, dan gelden de gewone spellingregels.
Een voltooid deelwoord dat als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt is nooit een persoonsvorm.

Het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden, werkwoorden zonder klinkerverandering in de vt, eindigt op een d of een t.
Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord wordt in beginsel dezelfde vorm gebruikt, of het voltooid deelwoord + e:
koken – voltooid deelwoord: gekookt; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: een gekookt ei
printen – voltooid deelwoord: geprint; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: de geprinte documenten
verdienen – voltooid deelwoord: verdiend; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: een verdiende overwinning

3. Bijvoeglijk naamwoord – twee vormen: zonder en mét (buigings)-e

Veel bijvoeglijke naamwoorden hebben twee vormen: de vorm zonder, en de vorm mét een (buigings)-e:
een mooi boek, een mooie film; een zacht kussen, een zachte handdoek

Als van een bijvoeglijk naamwoord die twee vormen bestaan, dan eindigt de langere vorm op –e.
Dat geldt ook voor een bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van een voltooid deelwoord:
huren – voltooid deelwoord: gehuurd; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: een gehuurd apparaat, de gehuurde fiets
breien – voltooid deelwoord: gebreid; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: een gebreid vest, de gebreide trui.
missen – voltooid deelwoord: gemist; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: een gemist telefoontje, de gemiste kans

De (buigings-) e komt achter het voltooid deelwoord te staan.
Soms is voor de uitspraak nog een aanpassing nodig. Dat past bij de gewone spellingregels.
redden – voltooid deelwoord: gered – de geredde zwemmer (niet: de gerede zwemmer)
kneden – voltooid deelwoord: gekneed – het geknede deeg (niet: het gekneede deeg)

Maar voor de meeste van dit soort bijvoeglijke naamwoorden is geen aanpassing voor de uitspraak nodig. Voorbeelden:
melden – voltooid deelwoord: gemeld; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: de gemelde schade
storten – voltooid deelwoord: gestort; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: het gestorte geld
landen – voltooid deelwoord: geland; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: het gelande vliegtuig

4. Voltooide deelwoorden op –en, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord

Het voltooid deelwoord van de meeste sterke werkwoorden, werkwoorden met klinkerverandering in de vt, eindigt op –en.
Ook dat voltooid deelwoord wordt gebruikt als bijvoeglijk naamwoord.
Zo’n bijvoeglijk naamwoord heeft maar één vorm en eindigt altijd op en.
De spelling is gelijk aan die van het voltooid deelwoord.
lezen ik las – voltooid deelwoord: gelezen – bijvoeglijk naamwoord: het gelezen boek
helpenik hielp – voltooid deelwoord: geholpen – bijvoeglijk naamwoord: de geholpen klanten

Enkele sterke werkwoorden hebben een voltooid deelwoord op d oft.
Het bijvoeglijk naamwoord wordt gevormd volgens de gewone spellingregels, net als bij voltooide deelwoorden op d oft van zwakke werkwoorden:
vragen ik vroeg – voltooid deelwoord: gevraagd – bijvoeglijk naamwoord: het gevraagde bedrag
brengen ik bracht – voltooid deelwoord: gebracht – bijvoeglijk naamwoord: het gebrachte pakket

Voorbeelden

In de vitrine ligt een … harnas uit de middeleeuwen. (gesmeed of gesmeet?)
zwak werkwoord: smeden; voltooid deelwoord: gesmeed. Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: een gesmeed harnas.
Dezelfde spelling als het voltooid deelwoord.

Op de factuur ziet u het aantal … exemplaren. (verkochte of verkochtte?)
werkwoord: verkopen; voltooid deelwoord: verkocht. Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: de verkochte exemplaren.
Gewone spellingregels: bijvoeglijk naamwoord eindigt op e; geen aanpassing nodig voor de uitspraak.

De door de strandwacht … zwemmer is voor controle naar het ziekenhuis gebracht. (gerede of geredde?)
werkwoord: redden; voltooid deelwoord: gered. Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: de geredde zwemmer.
Gewone spellingregels: bijvoeglijk naamwoord eindigt op e; aanpassing voor de uitspraak: twee d’s .

Door het dorp loopt een stoet van …. kinderen. (verklede of verkleedde?)
werkwoord verkleden: voltooid deelwoord: verkleed. Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: de verklede kinderen.
Gewone spellingregels: bijvoeglijk naamwoord eindigt op e; aanpassing voor de uitspraak: tweede e (voor de d) weg.

Na afloop van de … wedstrijd was de stemming in het clubhuis prima. (gewonne of gewonnen?)
werkwoord: winnen; voltooid deelwoord: gewonnen. Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: de gewonnen wedstrijd.
Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord blijven de eindletters en van het voltooid deelwoord staan.

Extra informatie

Bijvoeglijk naamwoord en persoonsvorm vt enkelvoud die hetzelfde klinken: verwachte of verwachtte?

Bij sommige werkwoorden klinkt het van het voltooid deelwoord gemaakte bijvoeglijk naamwoord (met buigings-e) hetzelfde als de persoonsvorm vt enkelvoud, terwijl die vormen verschillend gespeld worden. Dat probleem speelt vooral bij zwakke werkwoorden op –den en –ten met een beginstukje be-, ge-, her-, ont– of ver-. Dat komt aan de orde bij een ander spellingprobleem. Zie verwachte of verwachtte? meer uitleg.

Andere bijvoeglijke naamwoorden op –en

Bijvoeglijke naamwoorden, gemaakt van een voltooid deelwoord op –en, hebben maar één vorm (uitleg, punt 4). Een andere groep bijvoeglijke naamwoorden met maar één vorm zijn de stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden. De meeste stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden eindigen op –en: een gouden ring, een stenen beeld, een kartonnen doos.