instorten – 5 zinnen met het werkwoord van de week Welke werkwoordsvorm past in de zin? 1. Tijdens de vloed hield het zandkasteel lang stand, maar uiteindelijk … het natuurlijk toch in. storte stortte Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt stort + te. (zwak werkwoord instorten – t medeklinker ‘t kofschip) meer uitleg werkwoordschema 2. Gaan jullie de … boomhut opnieuw opbouwen? ingestorte ingestortte Bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van het voltooid deelwoord ingestort (instorten). Geen persoonsvorm, gewone spellingregels: ingestort + e. meer uitleg werkwoordschema 3. Bij die ontploffing waren de mijnwerkers aan een ramp ontsnapt: niet veel later zou die mijngang … . instorten instortten Geen persoonsvorm, maar het hele werkwoord met de gewone spelling instorten. meer uitleg werkwoordschema 4. Na dat verschrikkelijke nieuws … hij emotioneel in. storte stortte Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt stort + te. (zwak werkwoord instorten – t medeklinker ‘t kofschip) meer uitleg werkwoordschema 5. Volgens mij zijn er nog geen concrete plannen om dat … huis opnieuw op te bouwen. ingestorte ingestortte Bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van het voltooid deelwoord ingestort (instorten). Geen persoonsvorm, gewone spellingregels: ingestort + e. meer uitleg werkwoordschema Uw score is opnieuw