spellingprobleem: gehoord of gehoort? – andere werkwoorden (10 zinnen) 1 / 10 1. De wedstrijd is … in een 0 – 0 gelijkspel. geëindigd geëindigt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: geëindigd, want je hoort /geëindigde/. (Of met de regel van ’t kofschip: eindigen – g geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 2 / 10 2. Deze populaire jongen van de club heeft ruim anderhalf jaar met blessureleed … . geworsteld geworstelt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: geworsteld, want je hoort /geworstelde/. (Of met de regel van ’t kofschip: worstelen – l geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema 3 / 10 3. Ik moet zeggen dat de klantenservice dat verder keurig … heeft. afgehandeld afgehandelt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: afgehandeld, want je hoort /afgehandelde/. (Of met de regel van ’t kofschip: afhandelen – l geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 4 / 10 4. O, die heb ik nét in de vuilnisbak … ! gegooid gegooit Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: gegooid, want je hoort /gegooide/. (Of met de regel van ’t kofschip: gooien – i geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 5 / 10 5. In die korte tijd heeft ze al heel wat … ! gepresteerd gepresteert Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: gepresteerd, want je hoort /gepresteerde/. (Of met de regel van ’t kofschip: presteren – r geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema 6 / 10 6. Ze is in één keer … en heeft meteen haar rijbewijs aangevraagd. geslaagd geslaagt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: geslaagd, want je hoort /geslaagde/. (Of met de regel van ’t kofschip: slagen – g geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 7 / 10 7. En dat vervelende gevoel werd nog … door een opkomende griep. versterkd versterkt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: versterkt, want je hoort /versterkte/. (Of met de regel van ’t kofschip: versterken – k medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 8 / 10 8. Kijk eens naar buiten! Het heeft … ! gesneeuwd gesneeuwt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: gesneeuwd, want je hoort /gesneeuwde/. (Of met de regel van ’t kofschip: sneeuwen – w geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 9 / 10 9. Aan de kust heeft het vandaag flink … . gestormd gestormt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: gestormd, want je hoort /(ge)stormde/. (Of met de regel van ’t kofschip: stormen – m geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord 10 / 10 10. En toen gebeurde wat we al … hadden: we raakten ingesloten en konden niet meer wegkomen. gevreesd gevreest Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: gevreesd, want je hoort /gevreesde/. (Of met de regel van ’t kofschip: vrezen – z geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg schema voorbeeldwerkwoord Uw score is opnieuw