branden – 5 zinnen met het werkwoord van de week Welke werkwoordsvorm past in de zin? Hoe laat is de plechtigheid? Dan … ik een kaarsje. brand brandt Persoonsvorm tt, onderwerp ik; ik-vorm tt brand. meer uitleg werkwoordschema Nee, dank je! Dat spul is mij te scherp, het … in je keel! brand brandt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij); hij-vorm tt: ik-vorm tt brand + t. meer uitleg werkwoordschema Pas op, want zó … je je vingers! brand brandt Je achter de persoonsvorm tt: je schrijft de ik-vorm tt, als je door jij te vervangen is. Dat kan hier, dus schrijf je de ik-vorm tt: brand. meer uitleg werkwoordschema Ah, de geur van … koffiebonen. Heerlijk! gebrande gebrandde Bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van het voltooid deelwoord gebrand (branden). Geen persoonsvorm, gewone spellingregels: gebrand + e. meer uitleg werkwoordschema In het recept staat: ‘… de noten in een droge koekenpan.’ Brand Brandt Gebiedende wijs; spelling gelijk aan de ik-vorm tt: brand. meer uitleg werkwoordschema Uw score is opnieuw