belanden – 5 zinnen met het werkwoord van de week (verwachte of verwachtte) Welke werkwoordsvorm past in de zin? Nadat hij slipte, … de auto in de berm. belande belandde Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt beland + de. (zwak werkwoord belanden – d geen medeklinker ’t kofschip) (NB: dus niet het bijvoeglijk naamwoord: een op de reservebank belande speler) meer uitleg werkwoordschema De in het water … bal dreef steeds verder weg. belande belandde Bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van het voltooid deelwoord beland (belanden). Geen persoonsvorm, gewone spellingregels: beland + e. (NB: dus niet de persoonsvorm vt: hij belandde.) meer uitleg werkwoordschema We waren compleet verdwaald. Na uren … we gelukkig op een plateau, waar we onze tent konden opzetten. belanden belandden Persoonsvorm vt meervoud: ik-vorm tt beland + den. (zwak werkwoord belanden – d geen medeklinker ’t kofschip) (NB: dus niet het bijvoeglijk naamwoord: een op de reservebank belande speler) meer uitleg werkwoordschema Na de winterstop … de club in het rechterrijtje. belande belandde Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt beland + de. (zwak werkwoord belanden – d geen medeklinker ’t kofschip) (NB: dus niet het bijvoeglijk naamwoord: een op de reservebank belande speler) meer uitleg werkwoordschema Haar in de greppel … fiets was gelukkig niet beschadigd. belande belandde Bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van het voltooid deelwoord beland (belanden). Geen persoonsvorm, gewone spellingregels: beland + e. (NB: dus niet de persoonsvorm vt: hij belandde.) meer uitleg werkwoordschema Uw score is opnieuw