werkwoordschema spelen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd:
- ik speel
- hij speelt
- wij spelen
verleden tijd:
- ik, hij speelde
- wij speelden
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Speel het spel!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gespeeld
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de gespeelde verbazing
andere vormen:
- spelend
- de spelende klant
