werkwoordschema straffen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik straf
- hij straft
- wij straffen
verleden tijd (vt):
- ik, hij strafte
- wij straften
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Straf hem daar niet voor!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gestraft
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de gestrafte leerling
andere vormen:
- straffend
- de straffende leraar
