werkwoordschema snappen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en een medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik snap
- hij snapt
- wij snappen
verleden tijd (vt):
- ik, hij snapte
- wij snapten
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Snap dat nou!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb gesnapt
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de gesnapte uitleg
andere vormen:
- snappend
