beleven – 5 zinnen met het werkwoord van de week (wensde of wenste) Welke werkwoordsvorm past in de zin? 1. Op Ameland … we een vakantie die we niet snel zullen vergeten! beleefden beleeften Persoonsvorm vt meervoud: ik-vorm tt beleef + den. (zwak werkwoord beleven – v geen medeklinker ’t kofschip) meer uitleg werkwoordschema 2. Ook in dit nieuwe deel … onze held weer veel spannende avonturen. beleefd beleeft Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt beleef + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg werkwoordschema 3. Tijdens die bergwandeling … ik momenten waarop ik volkomen ontspannen was. beleefde beleefte Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt beleef + de. (zwak werkwoord beleven – v geen medeklinker ’t kofschip) meer uitleg werkwoordschema 4. Tijdens die bergwandeling hebben we nog wel een heel spannend moment … . beleefd beleeft Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: beleefd, want je hoort /beleefde/. (Of met de regel van ’t kofschip: beleven – v geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema 5. Het was zó opgezet, dat de kinderen als het ware zelf … hoe het er in die tijd op een schip aan toeging. beleefden beleeften Persoonsvorm vt meervoud: ik-vorm tt beleef + den. (zwak werkwoord beleven – v geen medeklinker ’t kofschip) meer uitleg werkwoordschema Uw score is opnieuw