werkwoordschema verspreiden
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik verspreid
- hij verspreidt
- wij verspreiden
verleden tijd (vt):
- ik, hij verspreidde
- wij verspreidden
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Verspreid het goede nieuws!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb verspreid
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- via internet verspreide berichten
andere vormen:
- verspreidend
- geruchten verspreidende roddelbladen
