Werkwoord van de week: didactische keuzes bij de uitleg

Hieronder wordt toegelicht welke didactische keuzes werkwoordvandeweek.nl maakt om de werkwoordspelling zo overzichtelijk mogelijk uit te leggen.

NB: Voor het verbeteren en op peil houden van de eigen vaardigheid is het niet nodig deze verantwoording van didactische keuzes door te nemen. Om dat te bereiken is het voldoende regelmatig te oefenen met de doorklik-quizjes, en waar nodig de uitleg van lastige spellingproblemen door te nemen.
Deze tekst is met name bestemd voor docenten en anderen die overwegen werkwoordvandeweek.nl als oefenprogramma aan te raden, maar er wel zeker van willen zijn dat de inhoud van de website op een hecht fundament rust.


1. Drie belangrijke punten

Bij de uitlegpagina’s over de tien spellingproblemen worden de volgende drie punten vaak benadrukt:

  • Is de werkwoordsvorm een persoonsvorm of niet?
  • Geen persoonsvorm? Dan gelden de gewone spellingregels.
  • (Zo goed als) alle werkwoorden hebben maar vijf verschillende persoonsvormen:

1.1 Is de werkwoordsvorm een persoonsvorm of niet?

Dat werkwoordspelling voor zo veel mensen lastig is, wordt vooral veroorzaakt door de regels die gelden voor het schrijven van persoonsvormen. In persoonsvormen blijft namelijk zichtbaar hoe ze gevormd zijn, met vaste eindletters, zoals de –t in de hij-vorm tt, en -de(n) en -te(n) in de persoonsvormen vt van zwakke werkwoorden.
Dat leidt tot voor velen verwarrende vormen als hij vindt (vind + t), ik meldde (meld + de), ik praatte (praat + te). De spelling van zulke persoonsvormen wijkt af van wat je op basis van de gewone spellingregels zou verwachten.

De vraag: Is het een persoonsvorm of niet? is ook belangrijk om te onderstrepen dat een werkwoordsvorm die geen persoonsvorm is, wel de gewone spellingregels volgt.

Voor het vinden van de persoonsvorm raadt deze site geen speciale aanpak aan. Via de link de persoonsvorm vinden wordt een pagina geopend waarop de meest bekende tip hiervoor bovenaan staat:
Zet de zin in een andere tijd. Welk woord verandert?
Ook de twee andere klassieke tips worden genoemd:
Verander het getal (enkelvoud of meervoud) van de zin. Welk woord verandert mee?
Verander de zin in een vraagzin waarop je ja of nee kunt antwoorden. Welk woord komt vooraan te staan?

1.2 Geen persoonsvorm? Dan gelden de gewone spellingregels.

Geen persoonsvorm? Dan gelden de gewone spellingregels.
Met de ‘gewone spellingregels’ wordt onder meer bedoeld:
– de regel voor verenkeling van klinkers: koop – meervoud: kopen (niet: koopen);
– de regel voor verdubbeling van medeklinkers : kop – meervoud koppen (niet: kopen);
– de verlengingsregel voor woorden met de eindklank /t/: land (want: landen), krant (want: kranten);
– En ook: De meeste bijvoeglijke naamwoorden hebben twee vormen, zoals mooimooie, lastig lastige, begrijpelijk begrijpelijke. De lange vorm van die bijvoeglijke naamwoorden eindigt op –e.

De regel Geen persoonsvorm? Dan gelden de gewone spellingregels betekent ook dat het voor het spellen van werkwoordsvormen belangrijk is om de persoonsvorm te herkennen. Voor het schrijven van andere werkwoordsvormen is het niet nodig is om die vormen taalkundig te kunnen benoemen. Zo is het niet nodig om te weten dat een werkwoordsvorm een voltooid deelwoord is, of een daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord.
De rekening is betaald.
In deze zin is betaald geen persoonsvorm, dus gelden de gewone spellingregels. Langer maken: de betaalde rekening, dus: betaald.
De verwachte storm is uitgebleven.
In deze zin is verwachte geen persoonsvorm, dus gelden de gewone spellingregels. Voor de uitspraak zijn geen twee t’s nodig. Er komt een e aan het eind, zoals ook bij andere bijvoeglijke naamwoorden: de woeste storm, de verwachte storm.

Bij de regel Geen persoonsvorm? Dan gelden de gewone spellingregels zijn de volgende opmerkingen/uitzonderingen te vermelden:
– De meeste voltooide deelwoorden van sterke werkwoorden eindigen op -en, zoals gedragen, bekeken, verzonnen. Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord blijft die eind -n staan: gedragen kleding, bekeken programma’s, verzonnen verhalen.
– Werkwoordsvormen van werkwoorden die uit andere talen zijn overgenomen houden zich met afwijkende klanken sowieso niet aan ‘de gewone spellingregels’. Voor uit het Engels overgenomen werkwoorden met een ik-vorm tt op -e, gelden dan weer speciale regels. Het voltooid deelwoord van racen is geracet. Zie verder de uitlegpagina over het spellingprobleem racede of racete.

1.3 (Zo goed als) alle werkwoorden hebben maar vijf verschillende persoonsvormen.

Van de veel werkwoorden die in de quizjes van werkwoordvandeweek.nl voorkomen, is een werkwoordschema opgenomen. Daarop is steeds te zien dat een werkwoord maar vijf verschillende persoonsvormen heeft: drie in de tegenwoordige tijd, twee in de verleden tijd.
In de tegenwoordige tijd gaat het om de. ik-vorm, de hij-vorm en de wij-vorm.
In de verleden tijd zijn de ik-vorm en de hij-vorm gelijk, waardoor er maar twee verschillende vormen zijn: de ik/hij-vorm en de wij-vorm.
Je kunt andere persoonlijke voornaamwoorden, of andere onderwerpen kiezen dan ik, hij en wij. Maar de persoonsvormen die daarbij horen komen overeen met de vijf persoonsvormen in de werkwoordschema’s op de website: drie in de tegenwoordige tijd, twee in de verleden tijd.
Als voorbeeld het werkwoordschema van betalen.

Daarbij komt de regel van ‘t kofschip aan de orde. Die geldt voor zwakke werkwoorden, werkwoorden zonder klankverandering in de verleden tijd. Staat vóór de eindletters en van het hele werkwoord een medeklinker van ‘t kofschip, dan schrijf je de persoonsvormen vt van dat werkwoord met de eindletters -te en -ten, anders met de eindletters -de en -den. De stukjes -te, -ten, -de en -den komen achter de ik-vorm tt van het zwakke werkwoord te staan.
De persoonsvormen vt van betalen zijn betaalde en betaalden, omdat de letter vóór de eindletters en van het hele werkwoord betalen geen medeklinker van ‘t kofschip is.
Zie ook: Wat is ’t kofschip?

Enkele veelgebruikte werkwoorden als zijn, willen, kunnen, zullen hebben meer dan vijf persoonsvormen. Deze werkwoorden komen in werkwoordvandeweek.nl niet aan de orde. Problemen met zulke werkwoorden (bijvoorbeeld: wil of wilt?) hebben meestal meer met woordenschat dan met spelling te maken.

NB: Op de site wordt de term stam nergens gebruikt, omdat de betekenis van die term in taalmethodes vaak afwijkt van de omschrijving in taalkundige literatuur. In werkwoordvandeweek.nl is de ik-vorm tt de werkwoordsvorm waar eindletters (-t, -te, -ten, -de en -den) achter worden geplaatst. Of dat in de verleden tijd van zwakke werkwoorden -de en -den, of -te en -ten zijn, wordt niet bepaald door de laatste letter van de ik-vorm tt, maar door de letter die in het hele werkwoord voorafgaat aan de eindletters -en. In de werkwoordschema’s van zwakke werkwoorden is die letter daarom rood gekleurd.

2. Enkele speciale werkwoordsvormen

2.1 Voltooid deelwoord

Veel voltooide deelwoorden eindigen op de klank /t/. Meestal wordt benadrukt dat je dan de regel van ’t kofschip moet toepassen om te horen of je een d of een t schrijft.
Dat klopt en dat is daarom een prima keuze, maar het is niet de enige keuze die mogelijk is. Je kunt het voltooid deelwoord ook gewoon langer maken, net zoals je de woorden krant en land langer maakt om te horen of je een d of een t schrijft: Je schrijft hij heeft betaald met een d, want als je het woord langer maakt, hoor je /betaalde/; hij heeft gemaakt met een t, want je hoort /gemaakte/.
Zo bezien hoort de spelling van voltooide deelwoorden met de eindklank /t/ bij de gewone spellingregels. Je kunt de regel van ’t kofschip toepassen, maar nodig is dat niet.

NB: Het toepassen van de regel van ’t kofschip wordt bij instructie over werkwoordspelling vaak als enige mogelijkheid genoemd en is daarom voor velen een vertrouwde regel. Mede daarom wordt het toepassen van die regel bij de spelling van voltooide deelwoorden steeds als extra mogelijkheid vermeld.

2.2 Van een voltooid deelwoord afgeleid bijvoeglijk naamwoord

Een voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden: de betaalde rekening, de gemaakte afspraak.
Ook daarvoor gelden de gewone spellingregels. Net als bij andere bijvoeglijke naamwoorden met twee vormen (mooi/mooie, zuur/zure, krachtig/krachtige) eindigt de lange vorm op –e: de verwachte mededeling, de gemiste trein, de beantwoorde brief.
De e komt gewoon achter het voltooid deelwoord te staan. Alleen als het voor de uitspraak of de gewone spellingregels nodig is, wordt een letter toegevoegd of weggehaald:
haten – voltooid deelwoord: gehaat; de gehate dictator ( – a)
redden – voltooid deelwoord gered; de geredde drenkelingen (+ d)

2.3 Gebiedende wijs

De spelling van de gebiedende wijs komt overeen met de ik-vorm tt.
Dat leidt alleen bij werkwoorden op den tot verwarring, omdat bij een werkwoord als houden getwijfeld wordt. Maar het is ‘Houd afstand!’, niet Houdt … afstand.
Alleen in oude uitdrukkingen komt de gebiedende wijs met een extra t nog voor: ‘Bezint eer ge begint!’, ‘Komt allen tezamen!’
Bij het spellingprobleem word of wordt? komt de gebiedende wijs van werkwoorden op den aan de orde, ook in de quizopgaven.
De gebiedende wijs van andere werkwoorden levert nooit spellingproblemen op: Blijf! Wacht! Schiet! enzovoort. Die komt in de opgaven dan ook niet aan de orde.
In de werkwoaordschema’s op de site wordt ook steeds aangeven dat de gebiedende wijs gelijk is aan de ik-vorm tt.
Als voorbeeld het werkwoordschema van worden.

3. Keuze voor de tien spellingproblemen

3.1 Spellingproblemen: keuze tussen twee bestaande werkwoordsvormen

Bij de volgende vijf spellingproblemen gaat het bij twijfel vaak om de keuze tussen twee bestaande werkwoordsvormen:

In de 10 zinnen-quizzen bij deze spellingproblemen komen vergelijkbare werkwoorden aan de orde. Daarbij gaat het ook steeds om de juiste keuze uit twee gelijkklinkende, bestaande werkwoordsvormen.

3.2 Spellingproblemen: keuze tussen een bestaande en een niet-bestaande werkwoordsvorm

Een vijftal andere spellingproblemen komt aan de orde omdat mensen in plaats van een bestaande werkwoordsvorm vaak een niet-bestaande vorm opschrijven:

Voor de 10 zinnen-quizzen bij deze spellingproblemen is meestal gekozen voor een combinatiequiz waarin twee spellingproblemen door elkaar aan de orde komen.

4. werkwoordsvormen die niet voor problemen zorgen

De volgende werkwoordsvormen komen bij werkwoordvandeweek.nl niet aan de orde, omdat bij het spellen daarvan weinig structurele fouten worden gemaakt:

  • de ik-vorm tt van de meeste werkwoorden die niet op -den eindigen;
  • de wij-vorm tt meervoud;
  • de ik/hij-vorm vt die niet op d of t eindigt, van sterke werkwoorden;
  • de wij-vorm vt van sterke werkwoorden;
  • het ’tegenwoordig deelwoord’ en het daarvan afgeleide bijvoeglijk naamwoord:
    werkwoordvormen als zwemmend, lopend, dansend, staand, kruipend volgen de gewone spellingregels.
    Dat de laatste letter een d is, hoor je als je het tegenwoordige deelwoord langer maakt. Dan hoor je het daarvan afgeleide bijvoeglijk naamwoord: zwemmende, lopende, dansende, staande, kruipende.

5. werkwoordvandeweek.nl: streven naar een overzichtelijke aanpak

In de opgaven van Werkwoord van de week komen tien spellingproblemen aan de orde. Bij elk spellingprobleem zijn ruim honderd opgaven opgenomen.
Bij de doorklik-quizjes met 10 en 20 opgaven verschijnen op de antwoordpagina alleen korte toelichtingstekstjes bij de foute antwoorden. In de formulering speelt herhaling en herkenbaarheid een grote rol.
Zo wordt in de korte toelichtingstekst steeds benadrukt of de in te vullen werkwoordvorm een persoonsvorm is of niet. Dat onderstreept dat, bij twijfel over de spelling van een werkwoordsvorm, dát de eerste vraag is die je moet stellen.

Verder zijn de korte toelichtingsteksten generiek per spellingprobleem. Dat wil zeggen dat bij de korte uitleg steeds dezelfde formuleringen worden gebruikt, aangepast aan het betreffende werkwoord. Op die manier wordt benadrukt dat het bij de werkwoordspelling om een beperkt aantal lastige vormen gaat, waarbij vaak dezelfde stappen gevolgd kunnen worden.

Herhaling, herkenbaarheid, wijzen op het beperkte aantal lastige vormen; het benadrukken daarvan is bedoeld om duidelijk te maken dat het voor veel mensen die hun vaardigheid willen of moeten verbeteren, na enige oefening haalbaar is om bij het spellen van werkwoordvormen gaandeweg afscheid te nemen van het raden en het gokken.