wijzigen – 5 zinnen met het werkwoord van de week Welke werkwoordsvorm past in de zin? 1. De supermarkt … de openingstijden: je kunt er nu ’s avonds tot 22.00 uur terecht. wijzigd wijzigt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt wijzig + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg werkwoordschema 2. De plannen zijn … : we gaan een paar dagen later weg. gewijzigd gewijzigt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: gewijzigd, want je hoort /gewijzigde/. (Of met de regel van ’t kofschip: wijzigen – g geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema 3. De verzekering … de voorwaarden: een fatbike verzekeren tegen diefstal kan niet meer. wijzigd wijzigt Persoonsvorm tt, onderwerp hij (of te vervangen door hij): ik-vorm tt wijzig + t. (Hij-vorm tt: altijd ik-vorm tt + t, dus niet langer maken om te horen of je een d of een t schrijft.) meer uitleg werkwoordschema 4. Na bestudering van de finishfoto … de jury de eerder omgeroepen etappe-uitslag. wijzigde wijzigte Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt wijzig + de. (zwak werkwoord wijzigen – g geen medeklinker ’t kofschip) meer uitleg werkwoordschema 5. De opstelling van FC Twente is in vergelijking met afgelopen zondag op drie plaatsen … . gewijzigd gewijzigt Voltooid deelwoord; geen persoonsvorm, dus gewone spellingregels. Langer maken: gewijzigd, want je hoort /gewijzigde/. (Of met de regel van ’t kofschip: wijzigen – g geen medeklinker ’t kofschip.) meer uitleg werkwoordschema Uw score is opnieuw