werkwoordschema verkleden
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik verkleed (me)
- hij verkleedt (zich)
- wij verkleden (ons)
verleden tijd (vt):
- ik, hij verkleedde (me, zich)
- wij verkleedden (ons)
NB: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm tt: Verkleed je maar!
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- ik heb me verkleed
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de verklede kinderen
andere vormen:
- verkledend
- de zich verkledende artiesten
