Hoe vind je de persoonsvorm in een zin?

De persoonsvorm is een werkwoordsvorm die zich aanpast aan het onderwerp, en die de tijd van de zin aangeeft.

Hoe herken je de persoonsvorm?
In schoolboekjes op de basisschool worden vaak drie manieren genoemd om de persoonsvorm in een zin te vinden. Werkwoordvandeweek.nl spreekt geen voorkeur uit voor een van die drie manieren. Kies de manier die jou het beste bevalt.

1. Verander de tijd van de zin: Verander een zin waar je nu bij kunt denken in een zin waar je toen, vroeger of gisteren bij kunt denken. Het woord dat verandert is de persoonsvorm:
Of omgekeerd: Verander een zin waarbij je toen kunt denken in een zin waarbij je nu of straks kunt denken. Het woord dat verandert is de persoonsvorm:
Door de winkelstraat loopt een man met een opvallend protestbord. (nu)
Door de winkelstraat liep een man met een opvallend protestbord. (toen, gisteren)

2. Verander het onderwerp: Verander enkelvoud in meervoud, of omgekeerd. Het woord dat meeverandert is de persoonsvorm:
Door de winkelstraat loopt  een man met een opvallend protestbord.(enkelvoud)
Door de winkelstraat lopen  mannen met een opvallend protestbord. (meervoud)

3. Maak de zin vragend, op zo’n manier dat het antwoord ja of nee is. De persoonsvorm komt dan vooraan te staan: Loopt  een man met een opvallend protestbord door de winkelstraat?