Spellingprobleem: praten of praatten?

Persoonsvormen vt van zwakke werkwoorden op
ten

Waarom lastig?

Persoonsvormen vt van zwakke werkwoorden schrijf je met vaste letters achter de ik-vorm tt. Bij zwakke werkwoorden op –ten levert dat geschreven vormen op als praatte, heette, rustten, wachtten. Dat zorgt voor verwarring, vooral omdat woord(beeld)en als praten, heten, rusten en wachten in geschreven teksten veel vaker voorkomen.

Uitleg

1. Persoonsvormen vt: ik-vorm tt + te of ten

Zwakke werkwoorden zijn werkwoorden waarvan de klinker in de verleden tijd niet verandert. De meeste werkwoorden zijn zwakke werkwoorden.

In zwakke werkwoorden op –ten staat in het hele werkwoord vóór de eindletters en de letter t, een medeklinker van t kofschip. De persoonsvormen vt worden dan volgens de regel van ’t kofschip gevormd door achter de ik-vorm tegenwoordige tijd de letters te of ten te plaatsen:
praten – persoonsvormen vt: ik praatte (ik-vorm tt praat + te), wij praatten (ik-vorm tt praat + ten)
barsten – persoonsvormen vt: ik barstte (ik-vorm tt barst + te), wij barstten (ik-vorm tt barst + ten)

2. Voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden op –ten

De regel van ’t kofschip bepaalt ook de laatste letter van het voltooid deelwoord. Voltooide deelwoorden van zwakke werkwoorden op –ten eindigen altijd op een t.
Of, anders gedacht: Een voltooid deelwoord is nooit een persoonsvorm, dus gelden daarvoor de gewone spellingregels, zoals langer maken: gepest (want: gepeste), gehaat (want: gehate).

3. Persoonsvormen vt van werkwoorden op –tten

Er bestaan ook zwakke werkwoorden met in het hele werkwoord twee t’s voor de eindletters en:
Voorbeelden: schatten, spitten, zetten, spotten, dutten.
De persoonsvormen vt van deze werkwoorden leveren minder problemen op. De wij-vorm vt klinkt hetzelfde als de wij-vorm tt (en het hele werkwoord), en die werkwoordvormen schrijf je ook hetzelfde. Daardoor levert het spellen van de persoonsvormen vt weinig problemen op.
(Bij het lezen van teksten kan wel eens verwarring ontstaan: Staat een zin met wij zetten in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd?)

Voorbeelden

Eddy Christiani zong: Hoe je … , dat ben ik vergeten. (hete of heette?)
Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt heet + te: heette
(zwak werkwoord heten – t medeklinker ‘t kofschip)

Gisteren, vlak voor de uitslag, … de kandidaten bijna van de spanning. (barsten of barstten?)
Persoonsvorm vt meervoud: ik-vorm tt barst + ten: barstten
(zwak werkwoord barsten – t medeklinker ‘t kofschip)

Het … me weinig moeite om dat bij te werken. (koste of kostte?)
Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt kost + te: kostte
(zwak werkwoord kosten – t medeklinker ‘t kofschip)

Maar let op! Wat is het hele werkwoord?
Ik … toen ik de melk inschonk. (morste of morstte?)
Persoonsvorm vt enkelvoud: ik-vorm tt mors + te: morste
(zwak werkwoord morsen – s medeklinker ’t kofschip)

Oefenen

Oefenen met dit spellingprobleem: praten of praatten – andere werkwoorden

Extra informatie

Sterke werkwoorden op –ten

De persoonsvormen vt van sterke werkwoorden op –ten leveren geen problemen op. De ik-vorm/hij-vorm vt eindigt op een t, de wij-vorm vt op –ten. Geen speciale problemen bij ik atwij aten, ik gootwij goten, ik lietwij lieten, enzovoort.

Verwachte of verwachtte

Bij een aantal werkwoorden op –ten kan ook verwarring ontstaan over de gelijkklinkende vormen als hij verrichtte (persoonsvorm vt) en de verrichte werkzaamheden (afgeleid bijvoeglijk naamwoord). Dat komt aan de orde bij de spellingkwestie verwachte of verwachtte? Zie verwachte of verwachtte? meer uitleg.

Engelse werkwoorden op –ten

Er zijn ook werkwoorden op –ten die uit het Engels zijn overgenomen. De vervoeging van werkwoorden als (up)daten, deleten en skaten levert speciale spellingproblemen op. Dat komt aan de orde bij de spellingkwestie racede of racete? Zie racede of racete? meer uitleg.